Wat Ajax me leerde over continu verbeteren

Japanse principes in finance toegepast binnen financiële teams
Korte samenvatting (TL;DR):

In dit artikel

Wat hebben Japanse principes en finance met elkaar gemeen? Meer dan je denkt. In dit artikel gaat het over gaman (geduld en doorzettingsvermogen), kaizen (continu verbeteren) en shu-ha-ri (ontwikkeling naar vakmanschap). Juist in finance teams zit duurzame verbetering vaak niet in grote projecten, maar in kleine consistente stappen, beter begrip van processen en teams die steeds meer eigenaarschap nemen.

Afgelopen maand zat ik op de bank met de Ajax Life. Sportief gezien valt er weinig te juichen dit seizoen, maar goed als supporter blijf je toch hopen op beter. In dat magazine stond een interview met Takehiro Tomiyasu. In eerste instantie gewoon een voetbalverhaal, maar ergens halverwege haakte ik aan. Hij vertelde over drie Japanse principes die hij in zijn leven gebruikt: gaman, kaizen en shu-ha-ri.

Wat me triggerde, is hoe herkenbaar dat eigenlijk is voor wat ik dagelijks zie in financiële teams. Op papier lijkt de stap van een voetbalveld naar een finance-afdeling groot, maar als je beter kijkt, valt dat behoorlijk mee.

Het eerste principe dat hij noemt is gaman. Dat draait om volhouden. Doorgaan zonder meteen te klagen of te forceren. In topsport is dat logisch: je krijgt te maken met blessures, concurrentie, verlies. Dat hoort erbij.

Maar op de werkvloer zie ik precies hetzelfde terug. Systemen die niet lekker lopen. Processen waarin fouten blijven terugkomen. De druk van een closing die weer sneller moet. De reflex is vaak om het zo snel mogelijk op te lossen. Iets dichtzetten, iemand erbij trekken, tempo maken.

Terwijl echte verbetering juist begint met vertragen. Eerst snappen wat er gebeurt. Kijken waar het misgaat. Niet meteen handelen, maar eerst zien. Dat vraagt geduld. En dat is precies waar het vaak wringt.

Wat ik merk bij teams die dat wel doen, is dat ze rustiger worden. Minder brandjes blussen, meer begrijpen wat eronder zit. En uiteindelijk ook oplossingen bouwen die blijven staan, in plaats van elke maand weer hetzelfde probleem op te lossen.

Daarna komt kaizen. Misschien wel de bekendste van de drie. Het idee is simpel: elke dag een klein beetje beter worden. Geen grote, allesomvattende veranderprogramma’s, maar kleine stappen die optellen.

In finance zie ik nog vaak dat verbetering gekoppeld is aan projecten. Grote trajecten met een begin en een eind. Terwijl het meeste verschil juist zit in die kleine aanpassingen. Een rapportage net iets slimmer inrichten. Eén handmatige stap automatiseren. Iets beter afstemmen tussen controlling en accounting.

Op zichzelf stelt het weinig voor. Maar als je dat consequent blijft doen, gebeurt er iets. Minder fouten, minder herstelwerk, minder irritatie. En vaak ook gewoon tijdwinst.

Wat ik teams meestal probeer mee te geven is simpel: stop met streven naar perfectie. Zorg dat je morgen net iets beter bent dan vandaag. Dan komt de rest vanzelf.

Het mooie is dat kaizen ook iets doet met eigenaarschap. Teams gaan zelf zien wat er beter kan. Ze wachten niet meer tot er een project of een externe partij langskomt. Dat maakt verbeteren iets van jezelf, in plaats van iets wat je overkomt.

Het derde principe, shu-ha-ri, gaat echt over ontwikkeling. Over hoe je ergens goed in wordt.

In het begin zit je in shu. Je volgt de regels. Je leert hoe het hoort. In financiële teams zie je dat terug in standaard werkwijzen, closingkalenders, duidelijke rolverdelingen. Dat fundament heb je gewoon nodig.

Op een gegeven moment kom je in ha. Dan ga je vragen stellen. Waarom doen we dit eigenlijk zo? Kan dit niet slimmer? Waar verliezen we tijd? Dit is het moment waarop verbeteren echt begint te leven.

En uiteindelijk kom je in ri. Dan beheers je het vak. Teams zien zelf waar het beter kan, lossen problemen op zonder dat iemand het hoeft aan te wijzen en werken bijna vanzelf samen.
Dat is eigenlijk ook waar je als consultant naartoe werkt. Dat je overbodig wordt.

Er zat nog een uitspraak in het interview die bleef hangen: “als de student er klaar voor is, zal de leraar opdagen”. Dat klinkt misschien wat zweverig, maar de kern klopt. Als de basis er niet is, heeft verdere verdieping weinig zin. Eerst zorgen dat het fundament staat.

Wat ik interessant vind aan die drie principes, is dat ze overal terugkomen. Of je nu een verdediger bent bij Ajax of een financial in een corporate omgeving, de dynamiek is hetzelfde. Je hebt geduld nodig om dingen echt te begrijpen. Je moet bereid zijn om kleine stappen te blijven zetten. En uiteindelijk draait het om vakmanschap.

In mijn werk zie ik het verschil tussen teams die “een keer verbeteren” en teams waar verbeteren gewoon onderdeel van het werk is. Dat zit ’m niet in een methodiek of een tool. Dat zit in hoe mensen kijken en handelen.

Geduld hebben als het ongemakkelijk wordt. Blijven schaven, ook als het kleine stappen zijn. En de tijd nemen om ergens echt goed in te worden.

Misschien is dat wel de beste les die je uit zo’n interview haalt. Dat vooruitgang zelden uit één grote actie komt, maar bijna altijd uit consistentie. Blijven doen, blijven leren, blijven aanpassen.

En als Ajax dat principe ook nog een beetje oppakt richting volgend seizoen, dan teken ik ervoor.

 

Sylvester Persoon

Sylvester Persoon

Agium Business Specialist
Meer over Sylvester

Neem contact met ons op


Meer informatie?

Neem dan vrijblijvend contact op met een van onze medewerkers.